De billijke vergoeding bij filmwerken:
over relaties tussen financiers, makers, exploitanten en producenten



Op grond van de Auteurswet en de Wet op de Naburige Rechten hebben filmmakers en uitvoerend kunstenaars recht op een billijke vergoeding voor iedere vorm van exploitatie van een filmwerk. In de praktijk blijkt dat vrijwel niemand weet wanneer een vergoeding als billijk kan worden aangemerkt en er heerst dan ook veel onenigheid die de film- en televisiesector verdeeld houdt. In dit boekje wordt ingegaan op de vaak tegenstrijdige belangen van de partijen die bij het filmwerk zijn betrokken. Ook wordt de vaak zwakke onderhandelingspositie van de filmmaker en de uitvoerend kunstenaar tegenover producenten tegen het licht gehouden. Door de billijke vergoeding voor alle filmmakers en uitvoerend kunstenaars op een uniforme manier te regelen blijken veel van de problemen te kunnen worden opgelost. Twee van deze uniforme regelingen – die rekening houden met de belangen van alle partijen – worden nader besproken.


Uitgave: deLex 2012. O.a. verkrijgbaar bij Uitgeverij deLex en Bol.com

 

De billijke vergoeding bij filmwerken: twee modellen voor een oplossing

AMI tijdschrift voor auteurs-, media- en informatierecht nummer 5, september/oktober 2012.


Het probleem van de billijke vergoeding bij filmwerken ligt niet zozeer in het verschil in onderhandelingsmacht tussen filmproducent en -makers, maar veel meer in de onduidelijkheid die de wetgever – ook met het wetsvoorstel auteurscontractenrecht – laat bestaan over de wijze waarop de billijke vergoeding dient te worden vastgesteld. Dat dit ook anders kan, bewijst het Spaanse auteursrecht, dat een uitgebreide regeling kent van collectieve afhandeling van de exploitatievergoedingen van filmmakers en uitvoerend kunstenaars. Daarnaast is een wettelijke regeling voorstelbaar die deze vergoeding vastlegt als deel van de inkomsten van de producent.


Het artikel downloaden (pdf)

 

publicaties

Het Wetsvoorstel Auteurscontractenrecht: De premisse en de relatie tot het commune overeenkomstenrecht (samen met Th. J. Bousie)

AMI tijdschrift voor auteurs-, media- en informatierecht nummer 1, januari/februari 2013.


De premisse die overheidsingrijpen door middel van het Wetsvoorstel Auteurscontractenrecht1 moet rechtvaardigen, is dat de auteur bij de exploitatieovereenkomst vaak de zwakkere partij is. Een onderzoek en twee rapporten moeten aantonen dat dit een structureel probleem is. In dit artikel wordt getracht een antwoord te vinden op de vraag of deze premisse klopt, of ingrijpen in de Auteurswet in dat geval het juiste antwoord is en in hoeverre het wetsvoorstel iets toevoegt aan het commune overeenkomstenrecht.


Het artikel downloaden (pdf)